Wouter Lucassen, lid College van Beroep Nederlands Instituut van Psychologen

“Rechten van de kandidaat, plichten van de adviseur”

Meurs HRM noemt als belangrijk kenmerk van het Nieuwe Assessment transparantie en gelijkwaardigheid in de relatie tussen assessmentbureau, opdrachtgever en kandidaat. Is hier sprake van een nieuwe professionele norm voor assessmentbureaus? En hoe verhoudt die zich tot de rechten van de kandidaat en de plichten van de adviseur, die serieuze assessmentbureaus altijd al onderschreven en in de praktijk brachten?

De beroepsethiek van het Nederlands Instituut van Psychologen (NIP) – want dat is de meest gezaghebbende bron voor die rechten en plichten – steunt op vier basisprincipes: verantwoordelijkheid, integriteit, respect en deskundigheid, die vervolgens uitgewerkt zijn in regels met een meer concreet en specifiek karakter. Deze dienen als wegwijzer voor de ethische besluitvorming van de psycholoog in een concrete situatie.

NIP-psychologen zijn uiteraard aan de code gebonden, daarop aanspreekbaar, ook in tuchtrechtelijke zin, maar ook talloze andere HRM-adviseurs achten zich eraan gebonden. Zo bestaat er wat een assessmentrapport betreft brede overeenstemming over rechten van de kandidaat als inzage, correctie, aanvulling en blokkering. Waar het de inhoud van een rapport betreft blijkt uit uitspraken van het College van Toezicht en het College van Beroep dat de kandidaat een rapport mag verwachten waarin een logische lijn loopt van vraagstelling via aanpak, resultaten en weging naar conclusie. Deze jurisprudentie laat zien dat eisen van vakmanschap en beroepsethiek nauw met elkaar verweven zijn; niet verwonderlijk overigens. De nieuwe ISO-standaard ‘assessment service delivery’ onderstreept dat nog eens: het evidenced based onderbouwen van een beslissing, uitleg over instrumenten en werkwijze én inzage in het wegingsproces zijn de norm.

Betekent dit dat een assessmentrapport een omvangrijk document moet worden waarin alles wordt verantwoord? Ik hoop van niet. Op sommige werkterreinen van de psychologie kom ik wel rapportages tegen die er uitzien als een samenvatting van het dossier, maar deze zijn daardoor voor zowel cliënt als opdrachtgever allesbehalve transparant. Soms lijkt dit te zijn gedaan om zaken grondig uit te leggen, soms uit de behoefte om zich in gevoelig liggende kwesties in te dekken tegen kritiek of klachten. De transparantie dient het echter niet. De logische lijn van vraagstelling naar conclusie is er maar moeizaam uit te halen.

Het Nieuwe Assessment verhoudt zich naar mijn mening uitstekend met de geest van transparantie en evidentie. Het rapport kan, tot genoegen van de opdrachtgever, beknopt blijven, terwijl de kandidaat eigenaar is van zijn digitale dossier waarbinnen alle verzamelde informatie (waaronder de resultaten van afzonderlijke assessmentonderdelen) en alle overwegingen van kandidaat, opdrachtgever en psycholoog zijn terug te vinden.

Het Nieuwe Assessment verdraagt zich uitstekend met de gangbare ethische en door de ISO-norm nog aangescherpte opvattingen. Sterker nog: het recht van de kandidaat op inzage, aanvulling, correctie en blokkering wordt op een pro-actieve wijze aan hem verleend; en ook uit de sfeer van discussie, boosheid en klacht getrokken. Bovendien kan alles wat te maken heeft met vertrouwelijkheid en bewaartermijn nauwkeurig en expliciet worden geregeld. Ook wordt hierdoor een hoop gedoe voorkomen betreffende inzage in en afschrift van het dossier. Het dossier, afgezien van persoonlijke werkaantekeningen van de adviseur, is immers van de kandidaat zelf, die daar in hoge mate de regie over heeft. Uiteraard blijft de adviseur niet alleen verantwoordelijk voor het rapport, maar ook voor die onderdelen die hij zelf aan het dossier heeft toegevoegd.

Het Nieuwe Assessment is niet als een nieuwe norm bedoeld. Maar doordat het de bestaande normen van vakmanschap en beroepsethiek zo mooi recht doet, zou het in het werkveld wel eens een voorbeeld kunnen worden.